Opwekken van energie

Een batterij is een pakketje met elektriciteit. Elektriciteit is energie. Die energie is er niet zomaar, die moet je opwekken. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je dynamo draait tijdens het fietsen, of als de bladen van een windmolen draaien in de wind. Elektriciteit kun je ook opwekken in fabrieken; de elektriciteitscentrales.

Het eerste pakketje elektriciteit: de batterij

Twee eeuwen geleden maakte Alessandro Volta de eerste batterij. Hij bond twee metalen staven aan elkaar vast met een koperdraad. De ene staaf was van zink, de andere van koper. De staven zette hij in een bak met zuur. Zo wekte hij stroom op.

Plus- en minpool van batterijen

De batterij van nu is op dezelfde manier gemaakt. In de batterij zit zuur. De ene kant van de batterij heeft een pluspool (+). De andere kant heeft een minpool (-). De batterij geeft pas energie als je hem in een apparaat stopt. Het apparaat werkt net als de koperdraad van Alessandro Volta. Het zorgt ervoor dat de stroom van de ene naar de andere pool loopt. De spanning tussen de min- en de pluspool meten we nu nog in volt. Naar de bedenker: Volta.

Van papier naar metaal

Eerst hadden batterijen een omhulsel van papier. Dat ging lekken. Zo kreeg je roest in je apparaten. Nu zijn batterijen van metaal. In een batterij zitten allerlei stoffen. Stoffen die slecht zijn voor natuur en milieu. Daarom is het belangrijk om batterijen in te leveren. De stoffen erin kunnen we opnieuw gebruiken. Voor het maken van nieuwe producten, zoals een vork, een pan of deurknop. Zo hoeven we die grondstoffen niet uit de aarde te halen. Goed nieuws voor onze wereld!